dooIT en PKIpartners: minder handwerk, minder frustratie, meer grip op btw- en ICP-aangiftes

Petra dooIT partner PKIpartners

Een ERP-systeem moet werk uit handen nemen. Toch moeten veel Odoo-gebruikers hun btw- en ICP-aangiftes nog handmatig indienen via de omgeving van de Belastingdienst. Inloggen met eHerkenning, gegevens overtypen, controleren, bevestigen. Tijdrovend, foutgevoelig en zo nu en dan frustrerend. Daar brengen dooIT en PKIpartners verandering in. De twee organisaties werken samen om btw- en ICP-aangiftes vanuit Odoo slimmer en verder te automatiseren met inzet van PKIoverheid-certificaten. ‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat onze klanten met Odoo voortaan geautomatiseerd hun btw- en ICP-aangiftes kunnen aanleveren. Daar gaat het uiteindelijk om’, zegt Petra de Mol, eigenaresse van dooIT BV. 

Odoo en dooIT: hoe zit dat precies? 

Om de samenwerking goed te begrijpen, helpt het om eerst het verschil te kennen tussen Odoo en dooIT. Odoo is de Belgische softwareontwikkelaar achter het wereldwijd gebruikte ERP-platform. Het systeem ondersteunt organisaties onder meer bij boekhouding, inkoop, verkoop, voorraad, projecten, uren, HR, websites en e-commerce. dooIT is als Odoo Gold Partner verantwoordelijk voor advies, implementatie en support in Nederland. Waar veel Odoo-partners zich breed richten op logistieke processen en productieprocessen heeft dooIT een sterke focus op accounting firms. En daar liep Petra tegen een terugkerend vraagstuk aan. 

Waarom btw- en ICP-aangiftes nog onnodig veel tijd kosten 

Voor gebruikers van softwarepakketten zoals Exact of Visma is geautomatiseerde btw-aangifte al jarenlang vanzelfsprekend. Binnen Odoo lag dat nog anders. Een geïntegreerde PKI-service ontbrak nog, waardoor organisaties waren aangewezen op handmatig werk. En dat merkt Petra dagelijks in de praktijk. ‘Dan moet je inloggen, gegevens overtikken en bevestigen. Dat kost tijd en zorgt voor frustratie. Bovendien wordt het foutgevoeliger’, vertelt ze. Vooral bij ICP-aangiftes kan dat ingewikkeld worden. Organisaties die veel internationale transacties verwerken, lopen sneller tegen beperkingen aan in handmatige processen. Wie meer dan honderd regels moet verwerken, loopt al snel tegen grenzen aan. Dat wringt, vindt Petra. ‘Software moet werk juist makkelijker maken. Zeker administratieve processen wil je automatiseren, zodat mensen hun tijd kunnen besteden aan zaken die meer waarde toevoegen.’ 

Petra de Mol van dooIT over samenwerking met PKIpartners

Waarom dooIT uitkwam bij PKIpartners 

De zoektocht naar een oplossing bracht Petra uiteindelijk bij PKIpartners. Niet via een formeel aanbestedingstraject, maar via haar netwerk en een gedeelde overtuiging: complexe processen moeten eenvoudiger worden gemaakt. Wat jaren geleden begon als een kennismaking die direct klikte, groeide uit tot een samenwerking waarin kennis van Nederlandse regelgeving en digitale certificaten samenkomen. Met een PKIoverheid-certificaat van PKIpartners kunnen organisaties gegevens vanuit Odoo geautomatiseerd via Digipoort aanbieden aan de Belastingdienst. ‘Je drukt op de knop en de aangifte wordt automatisch aangeboden’, aldus Petra. Maar de samenwerking draait volgens haar om meer dan techniek alleen. ‘PKIpartners is eerlijk, direct en meedenkend. Zeker in een traject waarin Nederlandse regelgeving en techniek samenkomen, helpt dat enorm.’ 

‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat onze klanten met Odoo geautomatiseerd hun btw- en ICP-aangiftes kunnen aanleveren. Dat bespaart tijd, voorkomt frustratie en maakt handmatig overtypen overbodig.’

Petra de Mol, eigenaresse dooIT 

Nederlandse regelgeving vraagt om specialistische kennis 

Juist de Nederlandse context maakt deze samenwerking waardevol. Waar Belgische softwareontwikkelaars soms vastlopen in de Nederlandse infrastructuur rondom Digipoort, Logius en certificering, helpt PKIpartners om de vertaalslag te maken. Petra zag dat van dichtbij gebeuren. ‘Ton Oosterwijk, oprichter van PKIpartners, kan ingewikkelde zaken rondom certificaten en regelgeving heel helder uitleggen. Daardoor komen dingen weer in beweging.’ Dat praktische meedenken past volgens haar goed bij de manier waarop dooIT zelf werkt. ‘Wij staan met de voeten in de klei. Problemen moet je oplossen. Dat ondernemerschap herken ik ook bij PKIpartners.’ 

Samen bouwen aan verdere integratie 

De samenwerking tussen dooIT en PKIpartners is geen eindpunt, maar een doorlopend traject. Op dit moment regelen organisaties die automatische btw- en ICP-aangiftes willen doen nog een PKIoverheid-certificaat via PKIpartners. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere integratie van PKI-services binnen Odoo, zodat dit proces in de toekomst standaard vanuit Odoo zelf kan worden gefaciliteerd. Tot die tijd ondersteunt PKIpartners organisaties die nu al slimmer willen werken. Voor Odoo-gebruikers die werken met inkoop, verkoop of boekhouding levert dat direct voordelen op: minder handmatig werk, minder foutgevoeligheid, minder frustratie en meer tijd voor zaken die echt aandacht verdienen. Of zoals Petra het samenvat: ‘Het gaat uiteindelijk om tijd besparen, frustratie wegnemen en processen slimmer maken.’ 

Werk je met odoo en wil je een PKIoverheid certificaat aanvragen of vernieuwen? Kijk hier. Wij zorgen voor een correcte aanvraag en tijdige verlenging. Zo blijft je aangiftepraktijk zonder onderbreking functioneren. Vul het contactformulier in en wij nemen contact met je op. 

Post-Quantum Conference 2026 Amsterdam: uiteraard zijn wij erbij

Post-Quantum Conference 2026: uiteraard zijn wij erbij

Van 1 t/m 3 december vindt in Amsterdam de toonaangevende internationale Post-Quantum Cryptography Conference plaats. Een congres waar wetenschap, overheid en markt samenkomen rondom één vraag: hoe bereiden we ons voor op quantumveilige cryptografie en in het verlengde daarvan op quantumveilige PKIoverheid en elektronische handtekeningen?  

Uiteraard zijn wij erbij. Niet voor het eerst, want ook eerdere edities volgden we op de voet. Dit doen we omdat we graag zelf, voor jullie als onze klanten, uit de eerste hand feiten willen vernemen en daarmee ook voorbereid zijn op wat gaat komen. 

De impact van post-quantum op certificaten komt stap voor stap dichterbij. Daarom zijn we nu al in gesprek over toekomstige toepassingen, waaronder post-quantum testcertificaten. Want vooruitkijken hoort bij digitale zekerheid. We houden je op de hoogte via de bekende kanalen.  

Meer over het congres: 
Post‑Quantum Cryptography Conference Amsterdam 2026 

Tip! 
Deelnemen aan het congres is gratis. Als het niet van toepassing is voor jezelf, stuur deze pagina dan door naar bijvoorbeeld je eigen softwareleverancier. 

G4-ready? Waarom testen voor jou als softwareleverancier belangrijker is dan het certificaat zelf

G4-ready? Waarom testen belangrijker is dan het certificaat zelf

De overgang naar PKIoverheid G4 komt eraan. Veel organisaties kijken daarbij vooral naar ‘het nieuwe certificaat’ zelf. Wanneer komt het beschikbaar? Wanneer zijn er weer driejarige certificaten? Welke softwareleverancier ondersteunt het? En wanneer moeten we overstappen? Begrijpelijke vragen. Maar ze raken niet de kern van de uitdaging. De echte vraag is namelijk: is je gegevensuitwisselingsketen klaar voor G4? Gaat-ie het wel doen? 

Want de impact van de G4-transitie zit niet alleen in het nieuwe certificaat. De overgang raakt ook achterliggende applicaties, systemen, koppelingen en de partijen waarmee gegevens worden uitgewisseld. En juist daar schuilt de grootste uitdaging. Want wanneer systemen de nieuwe standaard niet goed kunnen verwerken, stopt niet alleen een technische verbinding. Dan kunnen complete processen vastlopen. 

Een nieuw certificaat betekent niet automatisch dat alles werkt

Zodra de eerste G4-certificaten beschikbaar komen, lijkt de stap misschien overzichtelijk. Nieuw certificaat aanvragen, implementeren en doorgaan. In de praktijk ligt dat flink anders. Applicaties moeten nieuwe certificaatstructuren kunnen verwerken. Software moet omgaan met gewijzigde algoritmes en nieuwe beveiligingsstandaarden. En systemen moeten kunnen herkennen, lezen en verwerken wat er technisch verandert. Wanneer dat niet lukt, ontstaat een risico dat vaak wordt onderschat: processen kunnen stilvallen. Niet omdat het certificaat ontbreekt, maar omdat systemen de nieuwe werkelijkheid nog niet begrijpen. 

De succesvolle transitie draait: je wilt gereed zijn voor als G4 er is; dus testen

PKIoverheid is veelomvattend geworden. Logius vermeldt in haar rapportage “Logius diensten: het jaar 2024 in cijfers”, dat er meer dan 1.000.000 PKIoverheid-certificaten in gebruik waren. Dat zijn er in 2025 niet minder geworden. Belangrijk is te vermelden dat dit niet enkel voor bijvoorbeeld Digipoort, DigiD, rechtspraak en de basisregistraties is, maar ook de certificaten geproduceerd en uitgegeven voor de zorg door CIBG, door Inspectie Leefomgeving en Transport voor de boordcomputer taxi (de taxipas voor chauffeurs) en door Ministerie van Defensie voor defensiemedewerkers. 
 
PKIoverheid is groot en de producenten en koppelingen zijn er verre van klaar voor. Daarom is testen misschien wel het belangrijkste onderdeel van de G4-transitie. Organisaties moeten inzicht krijgen in een fundamentele vraag: kan onze keten straks omgaan met G4 en tegelijkertijd met de huidige G1 en G3? Dat vraagt om voorbereiding. Kunnen systemen nieuwe certificaatstructuren inlezen? Begrijpen applicaties de gewijzigde beveiligingsmechanismen? En blijven koppelingen met leveranciers, softwarepartners en overheidsdiensten functioneren? Blijven de handtekeningen voor accountants, notarissen gerechtsdeurwaarders en octrooigemachtigden werken? Pas wanneer je dit hebt getest, weet je of processen blijven werken. Vooral omdat veel organisaties afhankelijk zijn van (en onderdeel zijn van complexe ketens van gegevensuitwisseling) is dit geen traject dat je op het laatste moment wilt oppakken.

Nieuwe algoritmes en strengere beveiliging 

Daar komt nog iets bij. De overgang naar G4 betekent niet alleen een nieuw type certificaat. Ook de onderliggende cryptografie verandert. Er komt een ander algoritme en vergroting van sleutellengtes. Waar jarenlang dezelfde beveiligingsstandaarden werden gebruikt, worden die nu verhoogd. Dat heeft directe gevolgen voor software en infrastructuur. Niet ieder systeem verwerkt deze veranderingen automatisch. Dat raakt meer dan techniek alleen. Want wanneer systemen elkaar niet meer begrijpen, raakt dat direct de continuïteit van dienstverlening. 

De hybride werkelijkheid: oud en nieuw naast elkaar

 De overgang naar G4 verloopt bovendien niet van de ene op de andere dag. Gedurende een langere periode zullen oude (G1 & G3) en nieuwe certificaatstructuren (G4) naast elkaar bestaan. Dat betekent dat organisaties te maken krijgen met een hybride situatie waarin systemen berichten moeten kunnen verwerken vanuit verschillende standaarden tegelijk. Een bericht kan bijvoorbeeld via een bestaande certificaatstructuur worden verzonden, terwijl de ontvangende partij al op nieuwe G4 met andere standaarden werkt. Vervolgens moet die informatie weer verder door de keten. Dat maakt gegevensuitwisseling complexer dan veel organisaties op dit moment beseffen. Niet alleen individuele systemen moeten G4-ready zijn. De volledige keten moet samenwerken. 

Kijk naar Digipoort en je ziet de impact

 Wie wil begrijpen waarom testen zo belangrijk is, hoeft alleen maar naar Digipoort te kijken. Via Digipoort worden, over en weer, jaarlijks meer dan 75 miljoen(!) berichten veilig uitgewisseld tussen organisaties en overheid. Denk aan loonaangiftes, belastingzaken, vergunningen, pensioeninformatie en ziekmeldingen. Achter, voor en tussen al die berichtenstroom zit een complete keten van softwareleveranciers, intermediairs, ontvangende systemen en dienstverleners. 

Lees ook: wat is Digipoort en veelgestelde vragen 

In zulke ketens wordt zichtbaar waarom de G4-transitie meer is dan een certificaat vervangen. Tijdens de overgang zullen oude en nieuwe standaarden naast elkaar bestaan. Dat betekent dat systemen berichten moeten kunnen verwerken die op verschillende manieren zijn beveiligd en gevalideerd. 

Wanneer één schakel daarin niet goed functioneert, kan de impact groot zijn. Berichten komen niet aan, processen lopen vertraging op of gegevensuitwisseling stokt. 

En dat raakt uiteindelijk niet alleen de techniek. 

Denk aan salarisverwerking, ziekmeldingen, gegevens richting uitvoeringsinstanties of andere kritieke processen die afhankelijk zijn van betrouwbare gegevensuitwisseling. Wanneer berichten niet aankomen, draagt niet de techniek de gevolgen. Die gevolgen (lees: problemen) komen terecht bij de organisaties zelf. 

Begin op tijd -de eerste zijn is niet wenselijk- samen over de finish

De belangrijkste les van de G4-transitie? Wacht niet met in beweging komen tot certificaten beschikbaar zijn. De echte voorbereiding begint eerder. Breng afhankelijkheden in kaart. Kijk welke systemen en leveranciers onderdeel zijn van je keten. Bespreek met collega-softwarepartners hoe zij omgaan met nieuwe algoritmes en beveiligingsstandaarden. En vooral: tést. 

Want uiteindelijk draait G4 juist niet alleen om certificaten: het draait om werkende ketens van communicatie en gegevensuitwisseling waar Nederland van afhankelijk is. 

PKIpartners enige leverancier PKIoverheid G4 TRIAL-testcertificaten

 PKIpartners geeft onder de root PKIoverheid TRIAL root als enige certificaten uit voor testdoeleinden. De certificaten zijn identiek aan de productiecertificaten die gaan komen en bedacht voor het testen van jouw applicatie en ketens. 
PKIoverheid G4 test certificaten stellen wij kosteloos ter beschikking.

Ontzorgd worden?

Wil jij als softwareleverancier of ontwikkelaar net zo ontzorgd worden als bijvoorbeeld Blinqx, 2WorkSoftware en Nextens? Zowel in de techniek als voor je service- en helpdesk? 

Het draait om de vraag of jouw organisatie straks probleemloos kan blijven communiceren in een digitale keten die verandert. Afstemmen? Bel met 085 90 20 820 of mail naar info@pkipartners.nl.

Tip!

Hoor je als eindgebruiker weinig over de nieuwe PKIoverheid G4, het wat, hoe en wanneer? Stuur deze pagina dan door naar je softwareleverancier en deel de laatste stand van zaken.

Digitale (on)rechtszekerheid: waarom de behoefte aan zekerheid alleen maar groter wordt

Digitale rechtszekerheid: waarom de behoefte aan zekerheid alleen maar groter wordt

Je ontvangt een e-mail van een bekende organisatie. Het logo klopt. De toon ook. Toch blijkt het phishing. Of jouw ‘rechtsgeldig’ digitaal ondertekend document wordt juridisch met succes betwist. In een wereld waarin digitale fraude slimmer wordt en online identiteiten steeds makkelijker te vervalsen zijn, groeit één behoefte razendsnel: zekerheid. Niet alleen technische zekerheid, maar ook juridische zekerheid. Want hoe weet je nog zeker dat iets écht is? Dat een document niet is aangepast? Dat een afzender daadwerkelijk is wie hij zegt te zijn? Of dat een digitale handeling standhoudt als het erop aankomt? Dáár gaat digitale rechtszekerheid over. 

Digitale rechtszekerheid is de garantie dat elektronische handelingen en documenten juridisch standhouden, doordat integriteit, authenticiteit en onweerlegbaarheid aantoonbaar zijn geborgd. Het geeft organisaties en beroepsbeoefenaren de zekerheid dat digitale transacties dezelfde bewijskracht kunnen hebben als traditionele, fysiek ondertekende documenten.

Digitale rechtszekerheid als centraal station

Misschien helpt een metafoor om dat tastbaar te maken. Zie digitale rechtszekerheid als een rangeerterrein. Vanuit dat rangeerterrein lopen allerlei spoorlijnen in verschillende richtingen. Op het eerste gezicht lijken die spoorlijnen weinig met elkaar te maken te hebben. Een elektronische handtekening. Een veilige website. Een herkenbaar e-mailadres. Een gekwalificeerde bedrijfsstempel. Bescherming tegen phishing en fraude. 

Toch leiden al die spoorlijnen uiteindelijk terug naar dezelfde basis: onbetwiste zekerheid: het centraal station.

De zekerheid dat een document authentiek is. Dat informatie integer is en onderweg niet ongemerkt is aangepast. Dat een website echt is. Dat een e-mail daadwerkelijk afkomstig is van de afzender die je verwacht. Of dat een handtekening juridisch standhoudt. Organisaties zoeken daarbij niet per se certificaten of technologie. Ze zoeken zekerheid. De zekerheid dat digitale processen betrouwbaar zijn en dat ze bewijs kunnen leveren als daar ooit discussie over ontstaat. 

Van vertrouwen naar bewijs

Lange tijd werkte de digitale wereld grotendeels op vertrouwen. Een bekend logo in een e-mail. Een website die er professioneel uitziet. Een naam die vertrouwd klinkt. Maar criminelen zijn slimmer geworden. Domeinen worden nagemaakt, e-mailadressen vervalst en AI maakt misleiding overtuigender dan ooit. 

Daardoor verschuift de vraag van “vertrouw ik dit?” naar “kan ik bewijzen dat dit klopt?” 

Juist daar groeit de behoefte aan digitale rechtszekerheid. Want in een wereld waarin digitale communicatie steeds overtuigender kan worden vervalst, willen organisaties niet alleen vertrouwen op gevoel. Ze willen zekerheid. Technisch én juridisch. 

De basis van digitale rechtszekerheid 

Binnen Public Key Infrastructure, korteweg PKI, draait die zekerheid om een aantal fundamentele principes: authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid. Authenticiteit betekent dat je zeker weet van wie iets afkomstig is. Integriteit geeft zekerheid dat informatie niet ongemerkt is gewijzigd. Vertrouwelijkheid beschermt gevoelige informatie tegen inzage of manipulatie door onbevoegden. 

Wanneer dit op een hoog betrouwbaarheidsniveau wordt doorgetrokken, ontstaat nog iets extra’s: onweerlegbaarheid. Oftewel: achteraf kunnen aantonen wie wat heeft gedaan. Dat klinkt abstract, maar in de praktijk kom je dit dagelijks tegen. Het is beter bekend als gekwalificeerd of qualified. Deze kwalificatie borgt juridische onweerlegbaarheid, in het Engels beter bekend als non-repudiation. 

Elektronische handtekeningen: juridisch sterker dan gedacht 

Veel organisaties denken nog steeds dat een handtekening op papier juridisch sterker zou zijn dan een digitale variant. Toch blijkt uit jurisprudentie dat een elektronische handtekening juridisch zeer krachtig kan zijn, mits identiteit en integriteit op het hoogste niveau, als bij een paspoort, zijn geborgd. 

Een interessant voorbeeld daarvan is een uitspraak van het Kifid, waarin de juridische waarde van een elektronische handtekening centraal stond. Het laat zien dat digitale zekerheid niet alleen technisch relevant is, maar ook juridische gevolgen heeft wanneer bewijs geleverd moet worden. 

Lees ook: Uitspraak elektronische handtekening: dit zegt het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, kortweg Kifid. 

Tip!

Leg deze vraag eens voor aan een zoekmachine of AI en laat je verrassen: 

“Kun je in het Nederlands recht qua uitspraken een opsomming maken over betwiste overeenkomsten met zogenaamde rechtsgeldige elektronische handtekeningen of uitspraken door toezichthouders als Kifid of NBA of mogelijk over aanbestedingen die niet juist elektronisch ondertekend zijn en afgekeurd werden?”

De digitale variant van het bedrijfszegel

Een andere spoorlijn richting hetzelfde station is de gekwalificeerde bedrijfsstempel. Zie het als de digitale variant van het traditionele bedrijfszegel, waarmee organisaties aantoonbaar kunnen maken dat een document daadwerkelijk van hen afkomstig is én onderweg niet ongemerkt is gewijzigd. 

Juist nu documenten steeds sneller digitaal worden gedeeld en organisaties behoefte hebben aan betrouwbare digitale processen, groeit de relevantie van zulke waarborgen. 

Lees ook: Gekwalificeerde bedrijfstempels: zekerheid voor organisaties 

Herkenbare e-mails in een tijd van phishing

Ook veilige en herkenbare e-mailcommunicatie hoort thuis op hetzelfde station van digitale rechtszekerheid. 

Iedereen kent inmiddels voorbeelden van phishingmails die nauwelijks nog van echt te onderscheiden zijn. Daarom ontstaan oplossingen waarmee organisaties zichtbaar kunnen maken dat een e-mail daadwerkelijk van hen afkomstig is. 

Met Verified Mark Certificates (VMC) en Gmail Mark Certificates (GMC) verschijnt bijvoorbeeld een geverifieerd merklogo in de inbox. Niet alleen goed voor herkenbaarheid, maar vooral voor vertrouwen en bescherming tegen misleiding. 

Lees ook: Het belang van VMC en GMC 

De behoefte aan zekerheid groeit

Digitale rechtszekerheid klinkt misschien abstract. Totdat het misgaat. Een vervalste e-mail. Een juridisch conflict over een digitaal document. Een website die achteraf nep blijkt te zijn. Of reputatieschade doordat klanten een frauduleus bericht ontvangen uit naam van jouw organisatie. 

Dan blijkt ineens hoe belangrijk het is dat digitale processen niet alleen handig zijn, maar ook juridisch en technisch betrouwbaar. 

Misschien is dat wel de grootste verschuiving van dit moment. Organisaties digitaliseren niet alleen om efficiënter te werken. Ze willen ook zekerheid. Zekerheid dat processen kloppen. Dat communicatie betrouwbaar is. En dat bewijs overeind blijft wanneer het nodig is. 

Hoe verschillend de toepassingen soms ook lijken, uiteindelijk leiden alle spoorlijnen terug naar hetzelfde station: digitale rechtszekerheid.  

Meer weten? Of iets toetsen op echtheid? Neem contact met ons op.  


Blinqx en PKIpartners: naadloze integratie van fiscale software en PKI-certificaten 

Jelke Jansen, Blinqx, samenwerking met PKIpartners

Nieuwe fiscale software voor accountants vraagt niet alleen om slimme functionaliteit, maar ook om een betrouwbare digitale infrastructuur. Een PKI-certificaat is daarbij een noodzakelijke schakel om aangiftes veilig te kunnen verzenden. Blinqx is onlangs een samenwerking gestart met PKIpartners. Het doel: klanten beter ondersteunen bij het aanvragen, installeren en beheren van PKI-certificaten die nodig zijn om fiscale aangiftes veilig te verzenden

“Wij leveren sinds vorig jaar nieuwe fiscale aangiftesoftware voor accountants en belastingadviseurs,” vertelt Jelke Jansen, managing director accountancy bij Blinqx. “Om aangiftes te kunnen verzenden hebben onze klanten een PKI-certificaat nodig. In de praktijk merkten we dat daar best veel vragen over kwamen.” 

Waarom fiscale software een PKI-certificaat nodig heeft

Voor accountantskantoren die werken met fiscale software is een PKI-certificaat geen luxe, maar een basisvoorwaarde. Zonder certificaat kunnen aangiftes niet digitaal worden ondertekend en verzonden via de infrastructuur van de Belastingdienst. “Het is eigenlijk gewoon een voorwaarde,” zegt Jelke. “Als je met onze software wilt werken, heb je een PKI-certificaat nodig. Daarmee kun je aangiftes ondertekenen en serviceberichten van de Belastingdienst ontvangen.” 

Binnen Blinqx werd duidelijk dat het beheer van certificaten voor veel klanten een praktische drempel vormt. “Onze servicedesk kreeg steeds vaker vragen over certificaten,” vertelt Jelke. “Niet alleen over het aanvragen ervan, maar ook over het uploaden of installeren in de software. Voor sommige klanten levert het inrichten van die basis en het complexere gedeelte daarna uitdaging of zelfs onrust op.”

PKIoverheid- en SBR-certificaten in de praktijk

Voor het veilig verzenden van fiscale aangiftes via de Belastingdienst wordt in de praktijk gebruikgemaakt van zogenoemde PKIoverheid-certificaten. Deze certificaten worden ingezet voor communicatie via Digipoort en binnen Standard Business Reporting (SBR) en worden daarom in de praktijk ook wel SBR- of Digipoort-certificaten genoemd.

Voor accountantskantoren betekent dit dat zij beschikken over een geldig certificaat dat geschikt is voor communicatie met de Belastingdienst via Digipoort. Zonder dit type certificaat kunnen aangiftes niet worden ondertekend en verzonden.

PKIpartners ondersteunt kantoren bij het aanvragen, installeren en beheren van deze certificaten, zodat zij zonder onderbreking gebruik kunnen maken van hun fiscale software.

Samenwerking om klanten beter te helpen

Die groeiende vraag vormde de aanleiding om contact op te nemen met PKIpartners. 

“Wij kunnen hun expertise goed gebruiken bij het begeleiden van klanten,” zegt Jelke. “Bijvoorbeeld bij het aanvraagproces van een certificaat, maar ook bij praktische zaken zoals het uploaden in de software.”  

Volgens Jelke sluit de dienstverlening van PKIpartners goed aan bij wat accountantskantoren nodig hebben. “In de markt zie je verschillende aanbieders van certificaten,” legt hij uit. “Maar PKIpartners vult voor ons echt het gat op het gebied van service. Voor kantoren die ontzorgd willen worden, is dat een belangrijke meerwaarde.” 

De samenwerking zorgt er ook voor dat de servicedesk van Blinqx minder tijd kwijt is aan vragen over certificaten. “Wij hebben natuurlijk geen oneindige capaciteit op onze servicedesk,” zegt Jelke. “Door klanten bij certificaatbeheer te laten ondersteunen door een specialist, kunnen wij ons blijven richten op het ontwikkelen van onze software. En dat terwijl onze klanten toch perfect geholpen worden.” 

Integratie met Digipoort

Blinqx heeft de koppeling met de infrastructuur van de Belastingdienst technisch zelf ontwikkeld. “Wij hebben de connectie gebouwd met Digipoort,” vertelt Jelke. “In onze software zit ook een systeem waarmee klanten hun certificaat kunnen uploaden. De software controleert daarbij automatisch of het certificaat correct is. We lezen certificaten ook uit,” vervolgt hij. “Daardoor kunnen we direct detecteren als er iets ontbreekt of niet klopt.  

Tijdige herinnering voor verlengen

“Als het certificaat eenmaal goed staat, heb je er eigenlijk geen omkijken meer naar,” zegt Jelke. “PKIpartners kan vervolgens helpen bij het beheren van het certificaat gedurende de hele levenscyclus. “Bijvoorbeeld door klanten er tijdig op te attenderen wanneer een certificaat bijna verloopt,” legt hij uit. “Zo voorkom je dat processen stilvallen of dat serviceberichten van de Belastingdienst niet meer binnenkomen.”

“Om aangiftes te kunnen verzenden hebben onze klanten een PKI-certificaat nodig. PKIpartners helpt hen bij het aanvragen, installeren en beheren daarvan. En stuurt tijdig een herinnering als er verlengd moet worden. Heel fijn, want dit voorkomt dat belangrijke processen stilvallen.” 

Jelke Jansen, managing director accountancy bij Blinqx 

Nieuwe generatie fiscale software

Blinqx ontwikkelt zijn software vanuit de overtuiging dat het werk van accountants de komende jaren sterk zal veranderen. Veel traditionele taken, zoals het verwerken van gegevens en het invullen van aangiftes, worden steeds verder geautomatiseerd. 

Jelke: “Het doen van aangiftes is uiteindelijk compliancewerk. Wij verwachten dat dat werk in de toekomst grotendeels geautomatiseerd kan worden.” Daarom richt Blinqx zich op een platform waarin verschillende functionaliteiten samenkomen. “Op ons platform brengen we verschillende onderdelen bij elkaar,” legt hij uit. “Je kunt aangiftes doen, maar de data die daaruit ontstaat kun je ook direct gebruiken voor advies.” Dat creëert nieuwe kansen voor accountants. “Het moment dat je een aangifte hebt afgerond is eigenlijk het perfecte moment om een ondernemer inzicht te geven. Bijvoorbeeld over pensioenopbouw, arbeidsongeschiktheidsrisico of financiële planning.” 

Enthousiasme en vakkennis

Voor Jelke speelt naast expertise ook de samenwerking met mensen een belangrijke rol. In de gesprekken met PKIpartners viel hem vooral de betrokkenheid op. “Wat mij opviel is dat ze heel gepassioneerd en behulpzaam zijn,” zegt hij. “Ze willen het proces echt verbeteren.” Dat bleek bijvoorbeeld toen PKIpartners actief meedacht over technische ontwikkelingen rond Digipoort en certificaten. “Zonder dat ze daar direct belang bij hadden, kregen we meteen allerlei informatie en tips,” vertelt Jelke. “Bijvoorbeeld bij de overgang naar de nieuwe G4-certificaten en hoe we onze software daarop kunnen testen via de speciaal ontwikkelde TRIALcertificaten. PKIpartners kijkt verder dan alleen het leveren van een certificaat.” 

Vooruitblik Blinqx en PKIpartners

Blinqx verwacht de komende tijd veel nieuwe accountantskantoren te verwelkomen op het platform. Naarmate het softwarepakket verder wordt uitgebreid, zal ook de vraag naar certificaten toenemen. “We zien vanuit de markt veel interesse in ons product,” zegt Jelke. “En naarmate er meer klanten aansluiten, zullen er ook meer kantoren zijn die ondersteuning nodig hebben bij hun certificaat.” Voor hem is het succes van de samenwerking dan ook eenvoudig te definiëren. “Ik verwacht dat deze samenwerking accountants helpt om eenvoudiger met certificaten te werken, en de eerste reacties uit de markt laten zien dat dat ook echt zo is.”