Naar aanleiding van onze eerdere communicatie krijgen we veel vragen over de overgang van de huidige PKIoverheid naar de PKIoverheid G4.
Een veelgestelde vraag is: kan ik al een PKIoverheid G4-certificaat aanvragen? Het korte antwoord is: nee, nog niet voor productie. PKIpartners heeft als enige testcertifcaten voor softwareontwikkelaars, maar voor productie zijn we afhankelijk van onze leveranciers. De Trust Service Providers bereiden de productiecertificaten voor. Wat wél kan: testen met PKIoverheid G4 trial/testcertificaten.
Testen kan al, productie nog niet
Dat onderscheid is belangrijk. Want de overgang naar de nieuwe generatie PKIoverheidcertificaten gaat niet alleen over het moment waarop een certificaat kan worden aangevraagd. Het gaat vooral over de vraag of applicaties, endpoints, leveranciers en ketenpartners klaar zijn voor de nieuwe generatie certificaten. Daar zit op dit moment de spanning.
In eenvoudige woorden: ook al kunnen wij PKIo G4 leveren, DigiD, Digipoort, Belastingdienst, UWV, KvK, Kadaster, Rechtspraak en basisregistraties zijn nog niet klaar voor G4. Het is alsof je dan een sleutel hebt die in geen enkel slot past.
Kortere looptijden vergroten de druk
PKIoverheid G1- en G3-certificaten zijn uiterlijk geldig tot 12 november 2028. Sinds 12 november 2025 worden deze certificaten alleen nog uitgegeven met een looptijd van 1 of 2 jaar. Zodra G4-certificaten beschikbaar zijn, kan PKIpartners weer uitleveren met een geldigheid van maximaal 3 jaar.
De technische wijzigingen zijn niet cosmetisch
De nieuwe generatie certificaten brengt inhoudelijke wijzigingen met zich mee. Denk aan een moderner algoritme, aangepaste naamgeving, specifiekere doeleinden per eindgebruikerscertificaat en een langere minimale sleutellengte. Dat zijn geen cosmetische aanpassingen. Ze kunnen gevolgen hebben voor applicaties, koppelingen, documentondertekening, authenticatie en gegevensuitwisseling.
Wachten schuift het echte werk vooruit
Daarom is tijdig testen geen luxe, maar noodzaak.Wie wacht tot productiecertificaten breed beschikbaar zijn, schuift het echte werk vooruit. Dan moet in korte tijd duidelijk worden of applicaties de nieuwe certificaten ondersteunen, of leveranciers klaar zijn, of ketentesten slagen en of kritische processen blijven werken.
Begin met inventariseren, afstemmen en testen
De boodschap is daarom eenvoudig: wacht niet op het perfecte moment.Breng nu in kaart welke PKIoverheidcertificaten uw organisatie gebruikt. Controleer welke processen eraan hangen. Betrek leveranciers. Kijk naar afhankelijkheden in de keten. En gebruik trial/testcertificaten om te testen of applicaties en koppelingen klaar zijn voor de nieuwe generatie PKIoverheidcertificaten.
We hebben het vaak over certificaten, standaarden, ketens en koppelingen. Terecht, want zonder betrouwbare techniek geen betrouwbare digitale samenleving.
Maar uiteindelijk gaat het niet om techniek alleen. Het gaat om mensen. Om burgers en ondernemers die online zakendoen met de overheid, hun bank, een zorgverlener, een gemeente of een andere organisatie. En die erop moeten kunnen vertrouwen dat de digitale omgeving waarin zij dat doen veilig, herkenbaar en betrouwbaar is.
Wat mag je verwachten in een digitale samenleving – burger staat centraal?
Daarom gaan we in de komende periode meer uitleg geven over digitale rechtszekerheid en bescherming. Dat doen we niet vanuit de vraag wat organisaties technisch allemaal moeten regelen, maar vanuit een andere invalshoek: wat mag je als burger of ondernemer verwachten in een digitale samenleving?
Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Artikel 10 van de Grondwet stelt dat iedereen recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. De wet stelt daarnaast regels voor de bescherming van persoonsgegevens en voor het recht om kennis te nemen van vastgelegde gegevens, het gebruik daarvan en de verbetering van die gegevens.
Dat klinkt juridisch, maar in de praktijk begint het vaak heel concreet. Een voorbeeld daarvan is de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg) en de nieuwe Cyberbeveiligingswet (Cbw).
Dat brengt meteen de vragen in beeld:
Hoe herken je een veilige website?
Hoe weet je of een e-mail echt van een organisatie afkomstig is?
Wat zegt een digitaal waarmerk?
Wanneer is een digitale handtekening betrouwbaar?
En hoe kun je controleren of een pdf-bestand, zoals een bankafschrift, jaaropgave of officieel document, nog authentiek is?
Vragen en video’s die over vertrouwen gaan
Dat zijn geen randvragen. Dit zijn vragen die raken aan vertrouwen in de digitale samenleving.
Daarom werken we aan een serie video’s over digitale rechtszekerheid en bescherming. Daarin brengen we deze onderwerpen stap voor stap terug naar begrijpelijke taal: van veilige websites en betrouwbare e-mails tot digitale handtekeningen, waarmerken en authentieke pdf-bestanden.
Omdat we willen dat iedereen hier op een begrijpelijke manier kennis van kan nemen, doen we dit hoofdzakelijk met video. Abonneer je daarom op ons YouTube-kanaal, of volg ons op LinkedIn.
Begrijpelijke taal wordt steeds belangrijker
Want hoe ingewikkelder de digitale wereld wordt, hoe belangrijker het is dat burgers en ondernemers begrijpen waar ze op mogen vertrouwen.
En in plaats van te wijzen en te wachten op de ander of een overheidscampagne, gaan we dit zelf doen. De maatschappij; dat zijn wij. En dat begint bij de voordeur.
Cyberveiligheid begint met een simpele vraag: waar sta je nu eigenlijk?
Veel organisaties weten wel dat digitale weerbaarheid belangrijk is. Toch blijft het lastig om te bepalen welke maatregelen al goed zijn ingericht en waar nog risico’s zitten. Zeker als systemen, leveranciers, koppelingen en certificaten samen onderdeel zijn van een grotere keten.
Daarom is de CyberVeilig Check van hetNCSC een waardevolle praktische stap. De tool helpt organisaties om hun cyberveiligheid langs een aantal concrete punten te bekijken en acties inzichtelijk te maken. De pagina bevat een interactieve stappenlijst en actielijst waarmee organisaties hun aanpak kunnen doorlopen.
Voor organisaties die werken met PKIoverheidcertificaten is zo’n check extra relevant. Certificaten zijn onderdeel van betrouwbare digitale communicatie. Maar ze staan nooit los van de rest van de beveiliging. Denk aan beheer, toegang, monitoring, continuïteit en afspraken met leveranciers.
De CyberVeilig Check geeft geen pasklaar antwoord op elk PKI-vraagstuk. Wel helpt de tool om het gesprek scherper te voeren: wat hebben we geregeld, waar zitten afhankelijkheden en welke acties vragen aandacht?
De tool is van het Nederlandse Nationaal Cyber Security Centrum.
Een KvK-uittreksel lijkt iets simpels, dat er gewoon is. De weergave van een bedrijfsnaam, een rechtsvorm, een vestigingsadres, een postadres, een bestuurder, de gemandateerden en doorverwijzingen naar bovenliggende rechtspersonen. In een paar seconden staat het document op je scherm en als je wilt, kun je het afschrift bestellen als rechtsgeldig, onweerlegbaar en gekwalificeerd ondertekend document.
Maar achter dat ene uittreksel zit een veel groter verhaal. Want wat je ziet, komt niet uit één systeem, je ziet een stelsel van weergaven. Het Handelsregister raakt en bevraagt meerdere basisregistraties. Denk aan adresgegevens, persoonsgegevens en gegevens over concernrelaties. Samen vormen die registraties de digitale juridische werkelijkheid van Nederland. Iedereen, nationaal en internationaal, mag blind vertrouwen op het ondertekende en gecertificeerde uittreksel. En de KvK is daarvoor als basisregistratie verantwoordelijk en aansprakelijk.
Nederland kent tien van deze basisregistraties die samen één stelsel vormen. Overheden gebruiken deze gegevens bij de uitvoering van publieke taken. Burgers en bedrijven hoeven gegevens daardoor niet steeds opnieuw aan te leveren. Dat is efficiënt, betrouwbaar en maatschappelijk waardevol.
Maar al die onderlinge uitwisseling maakt het stelsel ook kwetsbaar.
Eén KvK-uittreksel, meerdere basisregistraties
Wie een KvK-uittreksel opvraagt, ziet meer dan alleen informatie uit het Handelsregister. Een adres moet kloppen. Een persoon moet herleidbaar zijn. Een organisatie moet juridisch bestaan. Achter de schermen vindt gegevensuitwisseling plaats tussen registraties, voorzieningen en partijen die elkaar moeten kunnen vertrouwen.
Dat vertrouwen ontstaat niet vanzelf – de poortwachter
De systemen van de basisregistraties moeten onderling zeker weten met wie zij communiceren en of een ‘vragend systeem’ of applicatie die informatie ook mag opvragen. Ze moeten weten of de andere partij bevoegd is. En ze moeten kunnen vaststellen of gegevens veilig en betrouwbaar worden uitgewisseld. Daarvoor worden PKIoverheid certificaten gebruikt.
Wie ben jij en wat mag jij? De machtiging
Een certificaat zegt in deze context niet alleen: dit is wie ik ben. Het speelt ook een rol in de vraag: wat mag ik? Via identificatie, authenticatie en autorisatie bepaalt het stelsel of een partij toegang krijgt tot een bepaalde koppeling of voorziening.
Of, eenvoudiger gezegd: er staat iemand aan de digitale poort die precies weet of je naar binnen mag en wat je mag doen.
Van gemeente tot notaris
Neem de Basisregistratie Personen (BRP). Die wordt onder meer gevoed vanuit gemeenten. Wordt iemand geboren, verhuist iemand, overlijdt iemand of verandert er iets in officiële persoonsgegevens, dan moet dat betrouwbaar worden verwerkt. Nederland telt 342 gemeenten. Al die gemeenten maken onderdeel uit van een bredere keten van systemen, softwareleveranciers en voorzieningen.
Ook bij de Kamer van Koophandel zie je die afhankelijkheid terug. Een eenmanszaak inschrijven? Dan komt DigiD in beeld. Een bv oprichten? Dan gaat de notaris aan de slag. Die notaris levert stukken aan die juridisch moeten kloppen en digitaal betrouwbaar moeten worden aangeboden (wederom PKIoverheid). Gaat het om vastgoed, verkaveling of faillissementen, dan komen ook andere partijen en registraties in beeld als Openbaar Ministerie, Kadaster of gerechtsdeurwaarders (en wederom PKIoverheid).
Steeds opnieuw geldt: de gegevens moeten betrouwbaar zijn, de afzender moet kloppen en de verbinding moet veilig zijn.
PKIoverheid is daarmee geen technische bijzaak. Het is een onderdeel van de digitale infrastructuur waarop wettelijke taken, publieke dienstverlening en economische processen draaien. Het is kritieke infrastructuur.
De G4-transitie raakt meer dan certificaten (G1, G3 en end-of-life)
Daarom is de overgang naar de nieuwe generatie PKIoverheid certificaten meer dan een vervanging van certificaten. Logius introduceert PKIoverheid G4-certificaten om de beveiliging voor gegevensuitwisseling aan te scherpen. De huidige G1- en G3-certificaten zijn vanaf 12 november 2028 niet te gebruiken. Daarbij raakt de transitie niet alleen voorzieningen zoals DigiD, Digipoort, Digilevering en Digikoppeling, maar ook alle organisaties, leveranciers en ketenpartners die daarvan afhankelijk zijn. Dat maakt de transitie ketenbreed en ketenoverstijgend.
Want als één schakel niet op tijd klaar is, raakt dat niet alleen die ene organisatie. Gegevensuitwisseling is verbonden. Basisregistraties, uitvoeringsorganisaties, softwareleveranciers, notarissen, gemeenten en landelijke voorzieningen zijn van elkaar afhankelijk.
Alles is verbonden. En daarin zit de kracht én de kwetsbaarheid van digitaal Nederland.
Wat gebeurt er als we niets doen?
De vraag is dus niet alleen: hebben we straks het juiste certificaat?De betere vraag is: weten we welke processen, koppelingen, leveranciers en wettelijke taken in de keten afhankelijk zijn van PKIoverheid certificaten?
Want als die afhankelijkheden niet in beeld zijn, wordt de G4-transitie een technische operatie zonder ketenoverzicht. Dan wordt pas laat zichtbaar welke koppelingen kritisch zijn. Welke certificaten waar worden gebruikt. Welke systemen nog niet klaar zijn. En welke publieke processen daardoor risico lopen. Dat is geen aantrekkelijk scenario.
Valt morgen alles stil? Nee, waarschijnlijk niet. Maar hoe langer organisaties wachten, hoe minder ruimte er overblijft om afhankelijkheden zorgvuldig in kaart te brengen, leveranciers aan te haken, testtrajecten te plannen en ketenpartners mee te nemen.
“Een KvK-uittreksel laat in het klein zien hoe afhankelijk digitaal Nederland is van betrouwbare gegevensuitwisseling. Achter één document schuilt een keten van basisregistraties, voorzieningen, certificaten en partijen die elkaar digitaal moeten kunnen vertrouwen.”
Begin bij de keten – hoe ziet jouw keten eruit?
De eerste stap is daarom een organisatorisch overzicht.
Daar horen deze vragen bij:
Welke PKIoverheid certificaten gebruikt je organisatie? Waarvoor worden ze gebruikt? Welke koppelingen hangen eraan? Welke leveranciers zijn betrokken? Welke processen zijn kritisch voor je wettelijke taak of dienstverlening? En welke afhankelijkheden liggen buiten de eigen organisatie?
Pas daarna wordt duidelijk wat de G4-transitie organisatorisch concreet betekent. Daarna moet je gaan kijken of je servers en applicaties de nieuwe G4 technisch kunnen verwerken. Het is geen enter, enter en je bent er. Ze zijn wezenlijk anders. En wij weten dat veel systemen en toepassingen de G4 niet zomaar aankunnen!
Voor PKIpartners is dat de kern van de boodschap: behandel PKIoverheid niet als een los certificatenvraagstuk, maar als onderdeel van de digitale continuïteit van Nederland. In Nederland voelen we ons vaak comfortabel bij de gedachte dat er ergens een ‘eindbaas’ is die ons beschermt en instrueert.
Geen overkoepelende ‘eindbaas’
Wij kunnen, durven en mogen zeggen dat die ‘eindbaas’ er niet is. Niemand is eindverantwoordelijk voor het geheel. Ook niet één van de ministeries.
Want een KvK-uittreksel mag er eenvoudig uitzien. De infrastructuur erachter is dat niet.
Wil je weten welke afhankelijkheden je organisatie heeft binnen de G4-transitie? PKIpartners helpt om certificaten, koppelingen, leveranciers en kritische processen in kaart te brengen. Kijk op onze speciale webpagina voor de eerste stappen. Wil je als software-/applicatieleverancier je help- en servicedesk volledig ontzorgen? Neem dan contact op met Alex, onze partnermanager.
Tip: maar bovenal: ga vragen stellen en wacht niet af!
Wie in Nederland medische gegevens uitwisselt, een zorgverlener laat inloggen of gebruikmaakt van landelijke zorgcommunicatie, staat er meestal niet bij stil hoeveel digitale infrastructuur daarvoor nodig is. Toch vormt die infrastructuur het fundament onder de dagelijkse zorgverlening. Jaarlijks worden meer dan een miljard berichten veilig uitgewisseld tussen zorgverleners, zorgorganisaties en overheidsvoorzieningen. Achter de schermen speelt VZVZ daarin een cruciale rol.
Met de komst van de nieuwe generatie PKIoverheid-certificaten, G4, staat de zorgsector voor een belangrijke moderniseringsslag. Om deze transitie zorgvuldig en toekomstbestendig te begeleiden, werken VZVZ en PKIpartners intensief samen.
Onzichtbaar, maar onmisbaar
VZVZ vormt al jaren een belangrijke schakel in de digitale zorginfrastructuur van Nederland. Via voorzieningen zoals AORTA-LSP, ZORG-ID, ZORG-AB en Mitz faciliteert de organisatie veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling tussen zorgverleners, zorgorganisaties en overheidsvoorzieningen. Achter deze voorzieningen schuilt een complexe vertrouwensinfrastructuur gebaseerd op certificaten, authenticatie, digitale ondertekening en versleutelde netwerkcommunicatie.
Voor zorgverleners is deze techniek grotendeels onzichtbaar. Tegelijkertijd is zij essentieel voor de continuïteit van de zorg. “Die infrastructuur is voor veel zorgverleners nauwelijks zichtbaar, maar vormt wel de basis onder vrijwel alle landelijke digitale zorgcommunicatie”, vertelt Frank Voogel, Productverantwoordelijke ZORG-ID bij VZVZ.
“En omdat deze infrastructuur zo fundamenteel is, nemen vragen rondom continuïteit, cybersecurity en digitale afhankelijkheden toe. Wat gebeurt er als systemen elkaar niet langer vertrouwen? Wat als certificaten verlopen of nieuwe standaarden niet tijdig worden ondersteund? En hoe houd je landelijke zorgcommunicatie operationeel terwijl cryptografische standaarden veranderen?”
G4 maakt de noodzaak zichtbaar
De aanleiding voor de huidige veranderingen ligt in de landelijke migratie naar PKIoverheid G4-certificaten. Logius heeft aangekondigd dat organisaties uiterlijk november 2028 moeten zijn overgestapt. Het UZI-register besloot vervolgens op 24 maart 2026 mee te gaan in deze overgang, waarbij de eerste nieuwe certificaten voor servers en UZI-passen vanaf november 2026 beschikbaar komen. Daarmee ontstond voor de gehele zorgketen een duidelijke noodzaak om tijdig voorbereidingen te treffen.
Jarenlang draaide de zorginfrastructuur stabiel op oudere generaties certificaten. Die situatie heeft goed gefunctioneerd, maar sluit steeds minder aan op moderne beveiligingsstandaarden en toekomstige eisen rondom cryptografie en digitale weerbaarheid. G4 introduceert nieuwe cryptografische standaarden, nieuwe TLS-vereisten en een aangepaste vertrouwensstructuur. Dat raakt niet alleen de techniek binnen organisaties, maar ook de beschikbaarheid van systemen, de samenwerking tussen ketenpartners en uiteindelijk de continuïteit van zorgprocessen.
Een partnerschap gebaseerd op diepgaande kennis
Voor VZVZ was het duidelijk dat deze opgave niet alleen intern kan worden opgelost. De impact raakt immers ook softwareleveranciers, zorginstellingen, sourcingpartners en andere ketenpartijen. Daarom koos VZVZ voor samenwerking met PKIpartners.
Frank: “Een gespecialiseerde partner brengt diepgaande kennis mee van certificaatketens, cryptografie, migraties en de praktische implementatie van nieuwe beveiligingsstandaarden. Voor VZVZ is het belangrijk om niet alleen intern de juiste stappen te zetten, maar ook gezamenlijk richting leveranciers en zorgaanbieders duidelijkheid en rust te creëren.”
Volgens Frank draait de samenwerking niet alleen om techniek. In een keten waarin alles met elkaar verbonden is, vraagt continuïteit om samenwerking, kennisdeling en gedeelde verantwoordelijkheid. Dat sluit goed aan bij de rol die PKIpartners vervult binnen de Nederlandse PKIoverheid-community. De organisatie ondersteunt zorginstellingen, softwareleveranciers en andere organisaties bij complexe vraagstukken rondom certificaten, vertrouwensdiensten, authenticatie en digitale identiteit. “Het contact met PKIpartners ervaren we als zeer positief. Met name algemeen directeur Ton Oosterwijk brengt niet alleen technische expertise, maar ook pragmatiek in een traject dat voor veel organisaties complex en impactvol is. Aan welke kernwoorden ik dan denk? Aan deskundig, betrouwbaar, toegankelijk, meedenkend en verbindend. Dat is van grote waarde in een traject waarin techniek, governance en continuïteit samenkomen”, aldus Frank.
Wat betekent dit voor de zorgsector?
Het uiteindelijke doel van de samenwerking is dat zorgverlenend Nederland tijdig voorbereid is op de overgang naar een nieuwe generatie digitale vertrouwensinfrastructuur. Dat betekent veilige en betrouwbare netwerkcommunicatie, toekomstbestendige authenticatie en ondersteuning van moderne beveiligingsprotocollen. Tegelijkertijd ontstaat een infrastructuur die beter voorbereid is op toekomstige cyberdreigingen en nieuwe technologische ontwikkelingen. “Voor zorgverleners betekent dit vooral dat systemen veilig en beschikbaar blijven functioneren, zonder dat zij dagelijks hoeven stil te staan bij de complexe techniek daarachter”, aldus Frank.
Van impactanalyse naar ketenmigratie
De samenwerking tussen VZVZ en PKIpartners bevindt zich inmiddels in een actieve fase. Er wordt gewerkt aan impactanalyses, technische aanpassingen binnen de VZVZ-diensten en afstemming met sourcingpartners. Ook softwareleveranciers en zorgaanbieders worden ondersteund bij de voorbereidingen op de overgang naar G4.
Daarnaast worden systemen voorbereid op nieuwe certificaatstructuren, moderne versleutelingstechnieken en nieuwe communicatieprotocollen. In een later stadium verschuift de aandacht steeds meer naar ketenmigratie, begeleiding van leveranciers en
Daarbij gaat het niet alleen om certificaten, maar bijvoorbeeld ook om compatibiliteit van bestaande infrastructuur, kaartlezers en gekoppelde systemen.
Stelselbrede modernisering van de digitale vertrouwensinfrastructuur
De overgang naar PKIoverheid G4 is veel meer dan een technische certificaatvervanging. Het is een stelselbrede modernisering van de digitale vertrouwensinfrastructuur waarop de Nederlandse zorg dagelijks vertrouwt.
Mede daarom is samenwerking tussen partijen als VZVZ en PKIpartners zo belangrijk. Niet omdat certificaten op zichzelf het doel zijn, maar omdat zij de basis vormen voor veilige communicatie, betrouwbare toegang en het vertrouwen dat nodig is om digitale zorg mogelijk te maken. Of, zoals Frank het treffend samenvat: “De overgang naar G4 is veel meer dan een technische certificaatwissel. Het is een stelselbrede modernisering van de digitale vertrouwensinfrastructuur onder de Nederlandse zorgcommunicatie.”
Een ERP-systeem moet werk uit handen nemen. Toch moeten veel Odoo-gebruikers hun btw- en ICP-aangiftes nog handmatig indienen via de omgeving van de Belastingdienst. Inloggen met eHerkenning, gegevens overtypen, controleren, bevestigen. Tijdrovend, foutgevoelig en zo nu en dan frustrerend. Daar brengen dooIT en PKIpartners verandering in. De twee organisaties werken samen om btw- en ICP-aangiftes vanuit Odoo slimmer en verder te automatiseren met inzet van PKIoverheid-certificaten. ‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat onze klanten met Odoo voortaan geautomatiseerd hun btw- en ICP-aangiftes kunnen aanleveren. Daar gaat het uiteindelijk om’, zegt Petra de Mol, eigenaresse van dooIT BV.
Odoo en dooIT: hoe zit dat precies?
Om de samenwerking goed te begrijpen, helpt het om eerst het verschil te kennen tussen Odoo en dooIT. Odoo is de Belgische softwareontwikkelaar achter het wereldwijd gebruikte ERP-platform. Het systeem ondersteunt organisaties onder meer bij boekhouding, inkoop, verkoop, voorraad, projecten, uren, HR, websites en e-commerce. dooIT is als Odoo Gold Partner verantwoordelijk voor advies, implementatie en support in Nederland. Waar veel Odoo-partners zich breed richten op logistieke processen en productieprocessen heeft dooIT een sterke focus op accounting firms. En daar liep Petra tegen een terugkerend vraagstuk aan.
Waarom btw- en ICP-aangiftes nog onnodig veel tijd kosten
Voor gebruikers van softwarepakketten zoals Exact of Visma is geautomatiseerde btw-aangifte al jarenlang vanzelfsprekend. Binnen Odoo lag dat nog anders. Een geïntegreerde PKI-service ontbrak nog, waardoor organisaties waren aangewezen op handmatig werk. En dat merkt Petra dagelijks in de praktijk. ‘Dan moet je inloggen, gegevens overtikken en bevestigen. Dat kost tijd en zorgt voor frustratie. Bovendien wordt het foutgevoeliger’, vertelt ze. Vooral bij ICP-aangiftes kan dat ingewikkeld worden. Organisaties die veel internationale transacties verwerken, lopen sneller tegen beperkingen aan in handmatige processen. Wie meer dan honderd regels moet verwerken, loopt al snel tegen grenzen aan. Dat wringt, vindt Petra. ‘Software moet werk juist makkelijker maken. Zeker administratieve processen wil je automatiseren, zodat mensen hun tijd kunnen besteden aan zaken die meer waarde toevoegen.’
Waarom dooIT uitkwam bij PKIpartners
De zoektocht naar een oplossing bracht Petra uiteindelijk bij PKIpartners. Niet via een formeel aanbestedingstraject, maar via haar netwerk en een gedeelde overtuiging: complexe processen moeten eenvoudiger worden gemaakt. Wat jaren geleden begon als een kennismaking die direct klikte, groeide uit tot een samenwerking waarin kennis van Nederlandse regelgeving en digitale certificaten samenkomen. Met een PKIoverheid-certificaat van PKIpartners kunnen organisaties gegevens vanuit Odoo geautomatiseerd via Digipoort aanbieden aan de Belastingdienst. ‘Je drukt op de knop en de aangifte wordt automatisch aangeboden’, aldus Petra. Maar de samenwerking draait volgens haar om meer dan techniek alleen. ‘PKIpartners is eerlijk, direct en meedenkend. Zeker in een traject waarin Nederlandse regelgeving en techniek samenkomen, helpt dat enorm.’
‘Gezamenlijk zorgen we ervoor dat onze klanten met Odoo geautomatiseerd hun btw- en ICP-aangiftes kunnen aanleveren. Dat bespaart tijd, voorkomt frustratie en maakt handmatig overtypen overbodig.’
Petra de Mol, eigenaresse dooIT
Nederlandse regelgeving vraagt om specialistische kennis
Juist de Nederlandse context maakt deze samenwerking waardevol. Waar Belgische softwareontwikkelaars soms vastlopen in de Nederlandse infrastructuur rondom Digipoort, Logius en certificering, helpt PKIpartners om de vertaalslag te maken. Petra zag dat van dichtbij gebeuren. ‘Ton Oosterwijk, oprichter van PKIpartners, kan ingewikkelde zaken rondom certificaten en regelgeving heel helder uitleggen. Daardoor komen dingen weer in beweging.’ Dat praktische meedenken past volgens haar goed bij de manier waarop dooIT zelf werkt. ‘Wij staan met de voeten in de klei. Problemen moet je oplossen. Dat ondernemerschap herken ik ook bij PKIpartners.’
Samen bouwen aan verdere integratie
De samenwerking tussen dooIT en PKIpartners is geen eindpunt, maar een doorlopend traject. Op dit moment regelen organisaties die automatische btw- en ICP-aangiftes willen doen nog een PKIoverheid-certificaat via PKIpartners. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere integratie van PKI-services binnen Odoo, zodat dit proces in de toekomst standaard vanuit Odoo zelf kan worden gefaciliteerd. Tot die tijd ondersteunt PKIpartners organisaties die nu al slimmer willen werken. Voor Odoo-gebruikers die werken met inkoop, verkoop of boekhouding levert dat direct voordelen op: minder handmatig werk, minder foutgevoeligheid, minder frustratie en meer tijd voor zaken die echt aandacht verdienen. Of zoals Petra het samenvat: ‘Het gaat uiteindelijk om tijd besparen, frustratie wegnemen en processen slimmer maken.’
Werk je met odoo en wil je een PKIoverheid certificaat aanvragen of vernieuwen? Kijk hier. Wij zorgen voor een correcte aanvraag en tijdige verlenging. Zo blijft je aangiftepraktijk zonder onderbreking functioneren. Vul het contactformulier in en wij nemen contact met je op.